Perfect of goed genoeg?

Afgelopen week werd onze oudste zoon vijf jaar. Vijf jaar alweer! Automatisch denk ik dan altijd terug aan mijn eerste zwangerschap en zijn geboorte. Die periode herinner ik mij als een drukke, spannende en super leuke tijd. 

 

Super leuk vond ik die periode omdat ik het idee van zwanger zijn waanzinnig vond. Zeker toen mijn zwangere buik nog niet zichtbaar was, dacht ik vaak als ik langs mensen liep: ‘Jullie kunnen het niet zien, maar ik ben met zijn tweeën!’. Hoe gezellig is dat! Druk en spannend vond ik die tijd ook. Ik was ruim een half jaar op weg met de GZ-opleiding (een postacademische opleiding om als  (vrijgevestigd) gezondheidszorgpsycholoog aan de slag te mogen), wat vier dagen werken en een dag opleiding plus vele uren lees- en leerwerk met zich mee bracht. Razend interessant allemaal, maar sommige zaken die ik leerde, maakten mij ook vreselijk onzeker.

 

Want waar leer je over als psycholoog? Voornamelijk wat er allemaal mis kan gaan in een mensenleven. Zo heb je de stoornissen die ontstaan als je kindje ‘in de maak’ is. Er zijn problemen die kunnen beginnen als je kindje aan het opgroeien is. Je hebt aandoeningen waar je last van kunt krijgen als je volwassen wordt/bent. En aan het einde van je leven kun je ook nog gaan dementeren. Rode draad in het verhaal is vaak je opvoeding die op de een of andere manier wel van belang is bij het ontstaan of het verloop van de problemen.

 

Als aanstaande moeder begon ik mij dus behoorlijk zorgen te maken over mijn capaciteiten als opvoeder. Het leek haast of je het als ouder perfect moet doen om later geen ellende te veroorzaken. Een behoorlijk angstig makende gedachte. Tot ik hoorde over het concept van de good enough mother van een psychoanalyticus uit de jaren ’50, meneer Winnicott. Opvallend genoeg had hij het alleen over de mother, geheel volgens de tijdsgeest. Tegenwoordig hebben we het maar liever over de good enough parent.

 

Maar goed, wat houdt dat nu precies in, die good enough mother/father/caregiver? Het hele idee erachter is dat je geen perfecte ouder hoeft te zijn. Liever niet zelfs! Aanvankelijk is het absoluut van belang om goed aan te sluiten bij de behoeften van je kindje. Naarmate het ouder wordt, is het - volgens de theorie - echter ook belangrijk om je kind te leren dat niet elke behoefte direct bevredigd kan en hoeft te worden. Naarmate je kind ouder wordt, is het steeds beter in staat met de daarbijbehorende frustraties om te leren gaan. En juist dat is een heel belangrijke levensles.

 

Hoe dan ook, elke keer als ik naar mijn mening niet zoveel geduld op heb kunnen brengen als ik misschien had gewild, elke keer als ik niet de ‘perfecte’ ouder ben, troost ik me aan het idee dat goed genoeg misschien wel beter dan perfect is. Ik geef aan mijn kinderen toe dat ik het niet goed heb gedaan en laat - hoop ik - daarmee zien dat het soms ook niet erg is om een fout te maken. Fouten zijn er om te corrigeren, om van te leren en het de volgende keer anders te doen. Wat een geruststellend idee vond en vind ik dat! Dus opvoeders, doe je best en maak zo af en toe een foutje. En kinderen, leer daarvan! Dan komt het later vast wel goed.

 

(NB: voor de geïnteresseerden nog een citaat van de meester zelf, want zo mooi als hij het verwoordt, kan ik het niet omschrijven, ook al had ik duizend woorden besteed aan deze blog. “The good-enough mother… starts off with an almost complete adaption to her infant’s needs, and as time proceeds she adapts less and less completely, gradually, according to the infant’s growing ability to deal with her failure” (D.W. Winnicott; uit: Playing and Reality)

 

- @mi psychologie