Over hechting

Hoe je het ook wendt of keert, wanneer je kinderen krijgt kun je niet om ‘hechting’ heen. En dan heb ik het niet over de hechtingen die misschien nodig zijn na de bevalling. Waar ik het wel over heb? Over de gehechtheidsrelatie tussen ouder(s)/opvoeder(s) en kind. Maar wat is dat eigenlijk, die gehechtheidsrelatie?

 

Eerder schreef ik al dat ik tijdens de zwangerschap van onze oudste zoon bezig was met de opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog. En dat ik mezelf zo af en toe behoorlijk zorgen ging maken over alles wat er mis kon gaan in de zwangerschap of erna tijdens de opvoeding. Eén van de termen waar ik altijd een beetje zenuwachtig van werd was de ‘onveilige hechting’ die hand in hand gaat met veel psychopathologie.

 

De term ‘hechting’ komt uit de attachment theory (hechtingstheorie) van John Bowlby en dateert al uit de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw. Volgens de theorie zijn alle kinderen gehecht aan hun ouder(s) of verzorger(s), maar niet alle kinderen zijn veilig (dat wil zeggen goed of gezond) gehecht. Wanneer een kind veilig gehecht is, zal het zich tot een sociaal en emotioneel zelfstandig mens ontwikkelen. Een veilige gehechtheidsrelatie ontstaat, kort door de bocht, als de moeder (of natuurlijk vader of verzorger) beschikbaar is wanneer het kind daar behoefte aan heeft. Een baby laat zien dat het nabijheid nodig heeft door te lachen, te huilen of te grijpen en de ouder hoort daar zorgend op te reageren. Wanneer het kind zich veilig voelt in het gedrag van de ouder/verzorger kan het een innerlijk beeld van ‘veiligheid’ ontwikkelen dat het nodig heeft om zich ook zonder ouder/verzorger veilig te voelen om de wereld te gaan ontdekken en op latere leeftijd de ‘ellende van alle dag’ aan te kunnen. Als het kind niet in staat is om zo’n innerlijk beeld te ontwikkelen, bijvoorbeeld omdat de ouder/verzorger langdurig ‘afwezig’ is in de opvoeding (dus niet adequaat reageert op de behoeften van het kind), kan er een onveilige gehechtheidsrelatie ontstaan. 

 

Mary Ainswort (een studente van Bowlby) ontwikkelde de ‘strange situation test’ waarbij een kind voor korte tijd alleen wordt gelaten door bijvoorbeeld de moeder in een ruimte waar het kan spelen. Er zijn dat vier typen gehechtheidsrelaties af te leiden zijn:

  • Veilig gehecht (ongeveer 60-70%): kinderen die veilig gehecht zijn laten een goede balans zien tussen het ontdekken van de wereld en toenadering zoeken bij de ouders. Als bijvoorbeeld de moeder afwezig is, kan het kind angstig reageren, maar komt de moeder terug, dan is het weer snel op zijn of haar gemak om verder te gaan onderzoeken.
  • Onveilig gehecht - vermijdend (ongeveer 20%): kinderen met deze vorm van hechting onderzoeken heel veel en reageren nauwelijks als hun verzorger weg gaat uit de situatie of terugkomt. De kinderen spelen ‘oppervlakkig’ en negeren of vermijden de verzorger. Het lijkt of ze al heel vroeg heel zelfstandig zijn, maar ondertussen blijkt de situatie ook voor hen heel stressvol te zijn.
  • Onveilig gehecht - afwerend/aanklampend (ongeveer 10%): deze kinderen proberen voortdurend bij hun moeder of ouder/verzorger te zijn en gaan niet of nauwelijks op onderzoek uit. Als de ouder/verzorger dan even weg gaat en terug komt, reageert het kind afwijzend en boos naar de ouder (alsof het de ouder wil straffen voor de afwezigheid).
  • Onveilig gehecht - gedesorganiseerd (ongeveer 5%): het gedrag van deze kinderen kan erg verwarrend en inconsequent zijn. Kinderen kunnen bijvoorbeeld het ene moment huilen en direct daarna gaan lachen (zonder aanwijsbare reden). Als de verzorger na korte afwezigheid terugkomt, lijken ze in de war en niet goed te weten wat ze moeten doen.

Toen ik, zwanger en wel, over deze theorie hoorde besefte ik me des te meer welke verantwoordelijkheid je mee krijgt als ouder of opvoeder. Gelukkig werd een week later de theorie van de ‘good enough mother’, waar ik eerder over schreef, behandeld en zag ik het weer wat meer zitten als aanstaande moeder. Ondertussen doe ik flink m’n best om er te zijn als dat nodig is voor mijn kinderen en ze tegelijkertijd het vertrouwen te geven om er flink op uit te gaan. Maar zo af en toe, als zich een strange-situation-test-achtige-situatie voordoet, kan ik het niet laten even te kijken hoe mijn kinderen reageren…

 

-@mi psychologie