Ik ben mens, dus ik draag

Toen ik pas zwanger was, misschien al wel daarvoor, had ik al een duidelijk beeld van hoe ik met ons kindje zou rondlopen. En daar kwam geen kinderwagen aan te pas. Geen idee waarom, maar ik heb altijd een enorme aversie gehad tegen kinderwagens. Ik vond het er niet alleen onhandig uitzien (hoe maneuvreer je zo’n ding nou door drukke winkels en over smalle stoepjes?), maar je kindje ligt ook nog eens ergens ver weg en bij een straaltje zonlicht moet er een gordijntje aan te pas komen (worden daar die extra grote hydrofiele luiers voor gebruikt?)!

 

Nee, een wandelwagen was (en is nog steeds) niet aan mij besteed. Een draagzak of -doek daarentegen is ondertussen niet weg te denken uit mijn bestaan als moeder. Waar die drang om te dragen nu vandaan kwam, wist ik aanvankelijk niet. Tot ik een artikel tegen kwam over attachment parenting (in het Nederlands vaak vertaald als Natuurlijk Ouderschap). Kennelijk is dat dragen een of ander oerinstinct waar ik gehoor aan heb gegeven.

 

Maar hoe zit dat dan met dat oerinstinct? Zoals bekend behoren mensen tot de zoogdieren. Dat is overigens nog zoiets wat met oerinstincten te maken heeft, zogen, oftewel het drinken van een kindje uit de borst. Maar goed, om niet te veel af te dwalen: binnen de groep zoogdieren kun je onderscheid maken tussen vluchters, verstoppers en dragers. 

 

De babytjes van vluchters zijn min of meer af en kunnen na de geboorte redelijk zelfstandig vluchten voor gevaar. Denk bijvoorbeeld aan herten, paarden en koeien. Ook de melk van de vluchters is afgestemd op het snel ontwikkelen van spieren en botten en is heel eiwitrijk. 

 

Verstoppers beschermen hun babytjes op heel andere wijze, namelijk door ze te verstoppen. De moeder komt een paar keer per dag om ze te voeden, maar de rest van de tijd worden ze zo goed mogelijk aan het oog van roofdieren onttrokken. Hun melk is vet, zodat de baby-verstoppers het een behoorlijke tijd uithouden zonder nieuwe voeding.

 

Wij mensen behoren tot de groep dragers. Dragers worden hulpeloos geboren en zijn eigenlijk nog niet helemaal ‘af’. Dragers zijn na de geboorte een behoorlijke tijd volledig afhankelijk van de zorg van hun ouders. De melk van dragers bevat veel koolhydraten (goed voor de ontwikkeling van de hersenen) waardoor ze vaak kleine beetjes melk moeten drinken. Omdat de babytjes van dragers afhankelijk zijn van regelmatige voedselvoorziening én voor hun veiligheid volledig afhankelijk zijn van hun ouders, worden ze voortdurend meegedragen door hun ouders.

 

Kennelijk vat mijn oerinstinct het behoren tot de groep ‘dragers’ nogal letterlijk op: onze kindjes hebben hun eerste levensjaar zo ongeveer full time in de draagzak doorgebracht. Heel handig, want een slokje melk is dan zo gegeven. Kindje tevreden en mamma kan gewoon over smalle stoepjes kan lopen, oudere zoon van school kan halen en heeft geen stress om op tijd thuis te zijn voor de volgende voeding. Toch handig, zo’n oerinstinct…

 

-@mi psychologie